Artikelindex
Thematic Mandates
independent-experts
Alle pagina's

Bijzondere procedures – Thematische mandaten - Speciale Rapporteurs :

Speciaal Rapporteur inzake geschikte huisvesting als onderdeel van het recht op een behoorlijke levensstandaard:

Dhr. Miloon KOTHARI ( India )

Mandaat:

  1. rapporteren over de stand van zaken, wereldwijd, van de verwezenlijking van de rechten die vallen binnen het mandaat;
  2. waar nodig samenwerking tussen regeringen bevorderen en ze ondersteuning bieden bij hun inspanningen om deze rechten te handhaven;
  3. aandacht besteden aan het gender-perspectief;
  4. een constante dialoog ontwikkelen, en besprekingen voeren over mogelijke gebieden van samenwerking, met regeringen, bevoegde VN-organen, de VN-Gespecialiseerde Organisaties, internationale organisaties op het gebied van huisvesting – zoals het Centrum voor Menselijke Nederzettingen van de Verenigde Naties (UNCHS/Habitat) – en met niet-gouvernementele organisaties en internationale financiële instellingen; en aanbevelingen formuleren voor de verwezenlijking van deze rechten;
  5. een inventaris opmaken van mogelijke vormen en bronnen van financiering van adequate adviesdiensten en technische samenwerking;
  6. bij de werkzaamheden thema’s betrekken, waar nodig en wenselijk, die liggen binnen het aandachtsveld van specifieke missies, te velde aanwezige missies en nationale VN-bureaus;
  7. de Mensenrechtenraad jaarlijks een verslag voorleggen over de werkzaamheden in de context van het mandaat.

Speciaal Rapporteur inzake kinderhandel, kinderprostitutie en kinderpornografie:

Dhr. Juan Miguel PETIT ( Uruguay )

Mandaat:

De houder van dit mandaat wordt geacht onderzoek te verrichten naar de exploitatie van kinderen wereldwijd, en aan de Algemene Vergadering en de Mensenrechtenraad rapporten voor te leggen over zijn/haar bevindingen, waarin hij/zij ook aanbevelingen doet voor de bescherming van de rechten van de betrokken kinderen. Deze aanbevelingen richten zich hoofdzakelijk tot regeringen, andere dan da genoemde VN-organen en niet-gouvernementele organisaties.

Speciaal Rapporteur inzake het recht op onderwijs:

Dhr. Vernor MUÑOZ VILLALOBOS ( Costa Rica )

Mandaat:

  1. Verslag uitbrengen over de stand van zaken, wereldwijd, van de geleidelijke verwezenlijking van het recht op onderwijs, met inbegrip van de toegang tot basisonderwijs, en over de moeilijkheden die worden ondervonden bij de verwezenlijking van dit recht, rekening houdend met informatie en commentaren van regeringen, organisaties en organen binnen het VN-systeem, andere relevante internationale organisaties en niet-gouvernementele organisaties;
  2. waar nodig en wenselijk steun verlenen aan regeringen bij het formuleren en uitvoeren van een actieplan, indien dat nog niet bestaat, en instaan voor een voortschrijdende verwezenlijking, binnen een redelijke termijn, van het beginsel van verplicht en voor iedereen kosteloos basisonderwijs, daarbij onder meer rekening houdend met het ontwikkelingsniveau, met de omvang van de uitdagingen en met de inspanningen die regeringen zich reeds getroosten;
  3. waar nodig en wenselijk steun verlenen aan regeringen bij het formuleren en uitvoeren van een actieplan, indien dat nog niet bestaat, en instaan voor een voortschrijdende verwezenlijking, binnen een redelijke termijn, van het beginsel van verplicht en voor iedereen kosteloos basisonderwijs, daarbij onder meer rekening houdend met het ontwikkelingsniveau, met de omvang van de uitdagingen en met de inspanningen die regeringen zich reeds getroosten;
  4. aandacht besteden aan het gender-perspectief, in het bijzonder aan de positie en de behoeften van jonge meisjes, en ijveren voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie in het onderwijs;
  5. zijn of haar rapporten ter beschikking stellen van de Commissie voor de Status van de Vrouw voor zover ze verband houden met vrouwen en het recht op onderwijs;
  6. een constante dialoog op gang brengen, en besprekingen voeren over mogelijke gebieden van samenwerking, met relevante VN-organen, met de VN-Gespecialiseerde Organisaties, en met internationale organisaties actief op onderwijsgebied, zoals UNESCO (de VN-organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur), UNICEF (het Kinderfonds van de VN), UNCTAD (de Conferentie van de VN inzake Handel en Ontwikkeling) en UNDP (het Ontwikkelingsprogramma van de VN) alsmede met internationale financiële instellingen zoals de Wereldbank;
  7. mogelijke vormen en bronnen van financiering voor adviesdiensten en technische samenwerking op het gebied van de toegang tot basisonderwijs in kaart brengen;

In de mate van het mogelijke instaan voor een beleid van afstemming op, en complementariteit met, het werk verricht in het kader van resolutie 1997/7 van de Subcommissie voor de Bevordering en de Bescherming van de Rechten van de Mens, in het bijzonder het werkdocument over het recht op onderwijs van Dhr. Mustapha Mehedi.

Speciaal Rapporteur voor buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies:

Dhr. Philip ALSTON ( Australië )

Mandaat:

  1. Het onderzoek naar situaties waarin sprake is van buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies voortzetten, en aan de Mensenrechtenraad jaarlijks zijn bevindingen voorleggen, samen met conclusies en aanbevelingen, alsmede andere rapporten in te dienen die de Speciaal Rapporteur noodzakelijk acht om de Raad op de hoogte te houden van ernstige situaties met betrekking tot buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies die de onmiddellijke aandacht van de Raad vereisen;
  2. op een doeltreffende wijze reageren op de informatie die hem bereikt, in het bijzonder wanneer een buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executie op handen is, daarmee wordt gedreigd of heeft plaatsgevonden;
  3. zijn dialoog met regeringen intensiveren en instaan voor een alerte opvolging, op basis van aanbevelingen in de rapporten die hij opstelt na bezoeken aan bepaalde landen;
  4. bijzondere aandacht blijven besteden aan buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies van kinderen en vrouwen, en aan beschuldigingen met betrekking tot schendingen van het recht op leven, in de context van geweld tegen deelnemers aan betogingen en andere vreedzame publieke manifestaties, of tegen personen die behoren tot minderheden;
  5. bijzondere aandacht besteden aan buitenrechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies waarbij de slachtoffers individuen zijn die vreedzame activiteiten ontplooien ter verdediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
  6. blijven toezien op de implementatie van de bestaande internationale normen, waarborgen en beperkingen betreffende het opleggen van de doodstraf, met inachtneming van de commentaren van het Mensenrechtencomité met betrekking tot de interpretatie van artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, en van het Tweede Facultatieve Protocol daarbij;
  7. zijn/haar werkzaamheden verrichten vanuit een gender-perspectief.

Speciaal Rapporteur inzake het recht op voedsel:

Dhr. Olivier DE SCHUTTER ( België )

Mandaat:

  1. Informatie opvragen, in ontvangst nemen en opvolgen over alle aspecten van de verwezenlijking van het recht op voedsel, mede in het licht van de dringende noodzaak om honger uit te bannen;
  2. het opzetten van samenwerkingsverbanden met regeringen, met intergouvernementele organisaties (met name met de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) en met niet-gouvernementele organisaties, ter bevordering van de verwerkelijking van het recht op voedsel in de praktijk, en het formuleren van passende aanbevelingen voor de implementatie van dat recht, met inachtneming van het werk dat binnen het VN-systeem op dat terrein reeds wordt verricht;
  3. het signaleren van op handen zijnde problemen rond het recht op voedsel, wereldwijd.

Speciaal Rapporteur voor de bevordering en bescherming van het recht op de vrijheid van mening en meningsuiting:

Dhr. Ambeyi LIGABO ( Kenia )

Mandaat:

  1. Overal waar daartoe aanleiding bestaat alle relevante informatie vergaren over discriminatie, over het dreigen met of gebruik van geweld, en over pesterijen gericht tegen personen die het recht op de vrijheid van mening en meningsuiting, zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en, voor zover van toepassing, in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, pogen uit te oefenen of te bevorderen; dit alles met inachtneming van het werk dat andere mechanismen van de Mensenrechtenraad terzake al verrichten, om dubbel werk te vermijden;
  2. met de hoogste prioriteit, en overal waar daartoe aanleiding bestaat, relevante informatie vergaren over discriminatie, over het dreigen met of gebruik van geweld, en over pesterijen gericht tegen personen die beroepshalve actief zijn op het gebied van informatieverschaffing en die het recht op de vrijheid van mening en meningsuiting trachten uit te oefenen of te bevorderen;
  3. geloofwaardige en betrouwbare informatie opvragen bij, en in ontvangst nemen van, regeringen, niet-gouvernementele organisaties en alle andere partijen die informatie hebben over dergelijke gevallen, en aan de Raad jaarlijks een rapport voorleggen over de werkzaamheden in het kader van zijn of haar mandaat, met aanbevelingen en suggesties voor methoden en middelen om het recht op de vrijheid van mening en meningsuiting in al haar verschijningsvormen beter te bevorderen en te beschermen.

Speciaal Rapporteur voor de vrijheid van godsdienst of overtuiging:

Mw. Asma JAHANGIR ( Pakistan )

Mandaat:

  1. blijven werken vanuit een gender-perspectief, onder meer door in de verslagen seksespecifieke misstanden te belichten, en deze te laten meespelen zowel bij het vergaren van informatie als bij het formuleren van aanbevelingen;
  2. Een onderzoek instellen naar incidenten en overheidsoptreden, wereldwijd, die niet stroken met de bepalingen van de Verklaring inzake de Uitbanning van alle Vormen van Onverdraagzaamheid en van Discriminatie op grond van Godsdienst en Overtuiging, en maatregelen aanbevelen om een eind te maken aan dergelijke situaties;
  3. doeltreffend reageren op geloofwaardige en betrouwbare informatie die haar bereikt;
  4. regeringen die voorwerp zijn van haar rapporten actief blijven vragen om hun standpunten of commentaar;
  5. haar werkzaamheden terughoudend, objectief en onafhankelijk blijven verrichten.

Speciaal Rapporteur voor het recht van iedereen om het hoogst mogelijke peil van lichamelijke en geestelijke gezondheid te genieten:

Dhr. Paul HUNT ( Nieuw-Zeeland )

Mandaat:

  1. bij alle relevante bronnen beschikbare informatie vergaren, opvragen, in ontvangst nemen en uitwisselen over het recht op gezondheid;
  2. de dialoog aangaan en mogelijke vormen van samenwerking bespreken met alle relevante actoren, met inbegrip van regeringen, bevoegde VN-organen en programma’s, de VN-Gespecialiseerde Organisaties, in het bijzonder de WHO (de Wereldgezondheidsorganisatie), met UNAIDS (het Gezamenlijk HIV/AIDS-programma van de VN), en met niet-gouvernementele organisaties en internationale financiële instellingen;
  3. rapport uitbrengen over de stand van zaken, wereldwijd, van het recht op gezondheid, onder meer wat betreft wetgeving, beleid, succesvol gebleken maatregelen, en hindernissen;
  4. aanbevelingen doen voor passende maatregelen voor de bevordering en bescherming van het recht op gezondheid.

Speciaal Rapporteur voor de onafhankelijkheid van rechters en advocaten:

Dhr. Leandro DESPOUY ( Argentinië )

Mandaat:

  1. belangrijke beschuldigingen die hem bereiken onderzoeken, en rapport uitbrengen over zijn bevindingen ter zake;
  2. niet alleen inbreuken op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, advocaten en gerechtelijke ambtenaren onderkennen en vastleggen, maar ook verslag uitbrengen over de vooruitgang die is geboekt bij de bescherming en verruiming van hun onafhankelijkheid; concrete aanbevelingen doen; op verzoek van betrokken staten advies of technische ondersteuning verlenen;
  3. belangrijke, al dan niet thematische principekwesties bestuderen ter voorbereiding van voorstellen met het oog op de bescherming en verruiming van de onafhankelijkheid van de leden van de rechterlijke macht en van advocaten.

Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden van inheemse volken:

Rodolfo STAVENHAGEN (Mexico)

Mandaat:

Bij en van alle relevante bronnen, waaronder regeringen, inheemse volken zelf, en hun gemeenschappen en organisaties, informatie en berichten verzamelen, opvragen, in ontvangst nemen en uitwisselen over schendingen van hun mensenrechten en fundamentele vrijheden; aanbevelingen en voorstellen formuleren over gepaste maatregelen en activiteiten om schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden van inheemse volken te voorkomen of er een eind aan te maken; nauw samenwerken met andere Speciale Rapporteurs, Speciale Vertegenwoordigers, Werkgroepen en Onafhankelijke Deskundigen van de Mensenrechtenraad.

Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten van migranten:

Dhr. Jorge A. BUSTAMANTE ( Mexico )

Mandaat:

  1. Informatie opvragen en in ontvangst nemen vanuit alle relevante bronnen, ook van migranten zelf, over schendingen van de mensenrechten van migranten en hun gezinnen
  2. gepaste aanbevelingen formuleren om schendingen van de mensenrechten van migranten, waar deze zich ook voordoen, te voorkomen of er een eind aan te maken
  3. de doeltreffende toepassing van internationale normen en standaarden ter zake bevorderen
  4. aanbevelingen formuleren voor acties en maatregelen op nationaal, regionaal en internationaal niveau om een einde te maken aan schendingen van de mensenrechten van migranten
  5. een gender-perspectief in acht nemen bij het opvragen en analyseren van informatie, en bijzondere aandacht besteden aan gevallen van geweld en meervoudige discriminatie jegens vrouwelijke migranten

Speciaal Rapporteur voor hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en verwante onverdraagzaamheid:

Dhr. Doudou DIÈNE (Senegal)

Mandaat:

‘overeenkomstig zijn opdracht een onderzoek instellen naar gevallen van hedendaagse vormen van racisme, van rassendiscriminatie, vormen van discriminatie van zwarten, Arabieren en moslims, van vreemdelingenhaat, negrofobie, antisemitisme en verwante onverdraagzaamheid – en naar de maatregelen die regeringen treffen om deze uit te bannen – en over deze zaken rapport uit te brengen aan de Mensenrechtenraad.' ‘verder gaan met de uitwisseling van standpunten met de relevante mechanismen en verdragsorganen binnen het VN-systeem, om hun doeltreffendheid en onderlinge samenwerking te versterken. Indertijd deed de VN-Mensenrechtencommissie ook een beroep op alle regeringen, intergouvernementele organisaties en andere relevante organisaties van het VN-systeem, en op niet-gouvernementele organisaties, om de Speciaal Rapporteur alle nodige informatie te verschaffen.' ‘maximaal gebruik maken van alle bijkomende bronnen van informatie, met inbegrip van bezoeken aan landen en de analyse van massamedia, en regeringen vragen om hun reacties in verband met beschuldigingen.’ ‘in nauw overleg met regeringen, bevoegde organisaties van het VN-systeem, andere intergouvernementele organisaties en niet-gouvernementele organisaties, verdere aanbevelingen formuleren voor mensenrechteneducatie, om handelingen die aanleiding geven tot racisme en rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en verwante onverdraagzaamheid te voorkomen.’ ‘concrete aanbevelingen opstellen voor specifieke en uitvoerbare maatregelen op nationaal, regionaal en internationaal niveau, om problemen binnen het bereik van zijn mandaat te voorkomen en uit te bannen.’

Speciaal Rapporteur voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten bij de bestrijding van terrorisme:

Dhr. Martin SCHEININ (Finland)

Mandaat:

  1. concrete aanbevelingen formuleren voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme, met inbegrip van advies of technische ondersteuning in dat verband aan staten die daarom vragen;
  2. bij en van alle relevante bronnen, waaronder regeringen, betrokken individuen, hun families, hun vertegenwoordigers en hun organisaties, informatie verzamelen, opvragen, in ontvangst nemen en uitwisselen – ook tijdens door de betrokken staat toegestane landenbezoeken – over mogelijke schendingen van mensenrechten en fundamentele vrijheden bij de bestrijding van terrorisme, met bijzondere aandacht voor thema’s die niet worden bestreken door de bestaande mandaten;
  3. instaan voor de inventarisatie, uitwisseling en bevordering van 'best practices' die de mensenrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen bij de bestrijding van terrorisme;
  4. in nauwe onderlinge afstemming samenwerken met andere Speciale Rapporteurs, Speciale Vertegenwoordigers, Werkgroepen en Onafhankelijke Deskundigen van de Mensenrechtenraad en met andere bevoegde VN-organen;
  5. een constante dialoog ontwikkelen, en besprekingen voeren over mogelijke gebieden van samenwerking, met alle betrokken actoren, waaronder regeringen, bevoegde VN-organen, de VN-Gespecialiseerde Organisaties en programma’s – in het bijzonder met het Comité tegen Terrorisme van de Veiligheidsraad (CTC), het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR), de Afdeling ter Voorkoming van Terrorisme (TPB) van het VN-Bureau voor Drugs en Misdaadbestrijding (UNODC) – en met mandaathouders en verdragsorganen die toezien op mensenrechtenverdragen, met de Subcommissie voor de Bevordering en Bescherming van de Rechten van de Mens, met niet-gouvernementele organisaties en andere (sub)regionale of internationale instellingen, met volledige inachtneming van de respectieve mandaten van de genoemde instanties en met het oog op het voorkomen van dubbel werk;
  6. op gezette tijden verslag uitbrengen aan de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering

Speciaal Rapporteur inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing:

Dhr. Manfred Nowak (Oostenrijk)

Mandaat:

  1. dringende oproepen richten tot staten met betrekking tot individuen die volgens betrouwbare bronnen risico lopen op foltering, alsmede staten informeren over mogelijke gevallen van foltering in het verleden;
  2. landen bezoeken om informatie te vergaren;
  3. jaarlijks rapport uitbrengen aan de Mensenrechtenraad en aan de Algemene Vergadering over zijn activiteiten, mandaat en werkmethoden.

Speciaal Rapporteur inzake de schadelijke effecten van het clandestien vervoeren of dumpen van giftige en gevaarlijke producten en afvalstoffen op het genot van de mensenrechten:

Dhr. Okechukwu IBEANU (Nigeria)

Mandaat:

  1. De effecten opsporen en onderzoeken van het clandestien dumpen van giftige en gevaarlijke producten en afvalstoffen in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden, voor zover ze de mensenrechten schaden, in het bijzonder het recht van eenieder op leven en gezondheid;
  2. binnenkomende berichten over de smokkel en het dumpen van giftige en gevaarlijke producten en afvalstoffen in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden nagaan, opvolgen, onderzoeken en in ontvangst nemen, en informatie ter zake verzamelen;
  3. aanbevelingen en voorstellen formuleren voor adequate maatregelen om de clandestiene handel in giftige en gevaarlijke producten en afvalstoffen, en het vervoer ervan en het dumpen van die stoffen in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden, onder controle te brengen, te verminderen of er een eind aan te maken;
  4. jaarlijks een lijst voorleggen van landen en transnationale ondernemingen die zijn betrokken bij het clandestien dumpen van giftige en gevaarlijke producten en afvalstoffen in Afrikaanse en andere ontwikkelingslanden en een telling uitvoeren van personen in ontwikkelingslanden die zijn gedood, verminkt of anderszins gewond als gevolg van deze gruwelijke praktijk.

Speciaal Rapporteur voor de mensensmokkel, met bijzondere aandacht voor vrouwen en kinderen:

Mw. Sigma HUDA (Bangladesh)

Mandaat:

  1. De Raad jaarlijks rapporten voorleggen, samen met aanbevelingen voor maatregelen die nodig zijn om de mensenrechten van de slachtoffers te bevorderen en te beschermen;
  2. doeltreffend reageren op betrouwbare informatie over mogelijke mensenrechtenschendingen, om de mensenrechten van werkelijke of potentiële slachtoffers van mensensmokkel te beschermen; actief samenwerken met andere relevante Speciale Rapporteurs, in het bijzonder de Speciale Rapporteur voor Geweld tegen Vrouwen; en volledig rekening houden met hun bijdragen ter zake;
  3. samenwerken met bevoegde VN-organen, met regionale organisaties en met de slachtoffers en hun vertegenwoordigers.

Speciaal Rapporteur voor de oorzaken en gevolgen van geweld tegen vrouwen:

Mw. Yakin ERTÜRK (Turkey)

Mandaat:

  1. Informatie over geweld tegen vrouwen, en over de oorzaken en gevolgen daarvan, opvragen bij en in ontvangst nemen van regeringen, verdragsorganen, de VN-Gespecialiseerde Organisaties, andere Speciale Rapporteurs die verantwoordelijk zijn voor de verschillende mensenrechtenkwesties, en intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, waaronder vrouwenorganisaties; en op basis van dergelijke informatie doeltreffend actie voeren;
  2. maatregelen, methoden en middelen aanbevelen, op nationaal, regionaal en internationaal niveau, om geweld tegen vrouwen, en de oorzaken daarvan, uit te bannen en de gevolgen te verzachten;
  3. nauw samenwerken met andere Speciale Rapporteurs, Speciale Vertegenwoordigers, Werkgroepen en Onafhankelijke Deskundigen van de Mensenrechtenraad, en met de verdragsorganen, met inachtneming van het verzoek van de Raad dat zij in haar rapporten geregeld en stelselmatig beschikbare informatie opneemt over mensenrechtenschendingen die vrouwen aangaan en dat zij nauw samenwerkt met de Commissie voor de Status van de Vrouw bij de uitvoering van haar mandaat.

Bijzondere procedures – Thematische mandaten - Vertegenwoordigers van de Secretaris-Generaal:

Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor mensenrechten en transnationale bedrijven en andere ondernemingen:

Dhr. John Ruggie (Verenigde Staten)

Mandaat:

  1. Het in kaart brengen en verduidelijken van de normen inzake de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van transnationale bedrijven en andere ondernemingen;
  2. Het nader definiëren van de rol van staten bij het doeltreffend reguleren en beoordelen van de rol van transnationale bedrijven en andere ondernemingen in relatie tot mensenrechten, o.a. door internationale samenwerking;
  3. Onderzoeken en verduidelijken wat de implicaties zijn van concepten als ‘medeplichtigheid’ en ‘invloedssfeer’ voor transnationale bedrijven en andere ondernemingen;
  4. materiaal en methodieken ontwikkelen voor het beoordelen van de gevolgen voor de mensenrechten van de activiteiten van transnationale bedrijven en andere ondernemingen;
  5. Een compendium samenstellen van 'best practices' van staten, transnationale bedrijven en andere ondernemingen.

Speciaal Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor de situatie van verdedigers van de mensenrechten:

Mw. Hina JILANI (Pakistan)

Mandaat:

Informatie verzamelen over de positie van verdedigers van de mensenrechten, de dialoog aangaan met regeringen en andere betrokken partijen, en aanbevelingen doen om de bescherming van verdedigers van de mensenrechten te verbeteren. Werkzaamheden die kaderen binnen het mandaat zijn onder meer bezoeken aan landen, regeringen aanspreken op zorgwekkende situaties van bepaalde personen, en rapport uitbrengen aan de Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering.

Vertegenwoordiger van de Secretaris-Generaal voor de mensenrechten van binnenslands ontheemden (Internally Displaced Persons, IDP’s):

Dhr. Walter Kälin (Zwitserland)

Mandaat:

  1. Zich in overleg met andere partijen inzetten als pleitbezorger voor de bescherming en eerbiediging van de mensenrechten van IDP’s;
  2. De dialoog met regeringen, niet-gouvernementele organisaties en andere actoren voortzetten en intensiveren;
  3. De internationale reactie op binnenslandse ontheemding versterken, en van de mensenrechten van IDP’s een vast agendapunt maken binnen alle relevante onderdelen van het VN-systeem
  4. Hem werd ook verzocht voort te bouwen op het werk van zijn voorganger bij het vestigen van de aandacht op vraagstukken rond de rechten van binnenslands ontheemden (IDP’s), het bevorderen en verspreiden van de Richtlijnen inzake Ontheemdenbeleid (‘Guiding Principles on Internal Displacement’; E.CN.4/1998/53/Add.2) op nationaal, regionaal en internationaal niveau, landen te bezoeken, nationale en regionale seminars te beleggen, steun te verlenen aan niet-gouvernementele organisaties bij het opbouwen van hun expertise en andere betrokken instellingen en om beleidsgericht onderzoek te verrichten.

Bijzondere procedures – Thematische mandaten - Onafhankelijke Deskundigen:

Onafhankelijk Deskundige voor het vraagstuk van de mensenrechten en schrijnende armoede:

Dhr. Arjun SENGUPTA (India)

Mandaat:

  1. Het verband tussen de bevordering en bescherming van mensenrechten en schrijnende armoede in kaart brengen, met inbegrip van een analyse van maatregelen die worden getroffen op nationaal en internationaal niveau om te bevorderen dat in schrijnende armoede verkerende personen hun mensenrechten volledig genieten;
  2. In het bijzonder rekening houden met de hindernissen die in schrijnende armoede verkerende vrouwen ondervinden op het gebied van hun fundamentele rechten en met de vooruitgang die zij boeken bij het genieten van die rechten;
  3. Aanbevelingen en waar wenselijk voorstellen doen op het gebied van technische ondersteuning;
  4. Verslag uitbrengen over deze activiteiten aan de Mensenrechtenraad en die verslagen ter beschikking stellen van de Commissie voor Sociale Ontwikkeling en van de Commissie voor de Status van de Vrouw, voor zover toepasselijk;
  5. De Mensenrechtenraad suggesties aanreiken over de kernpunten van een mogelijke ontwerpverklaring inzake 'mensenrechten en schrijnende armoede'
  6. Rekening houden met de positie van vrouwen in schrijnende armoede en met het belang van hun medezeggenschap, door zijn/haar werk te plaatsen in een man/vrouwperspectief.

Onafhankelijk Deskundige inzake minderheidsvraagstukken:

Mw. Gay MCDOUGALL (Verenigde Staten)

Mandaat:

  1. De implementatie bevorderen van de Verklaring inzake de Rechten van Personen behorend tot Nationale of Etnische, Godsdienstige en Taalkundige Minderheden, onder meer door middel van overleg met regeringen, daarbij rekening houdend met bestaande internationale normen en nationale wetgeving aangaande minderheden;
  2. 'best practices' inventariseren, alsook de mogelijkheden voor technische samenwerking, op verzoek van regeringen, met het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten;
  3. zijn/haar werkzaamheden mede plaatsen in een gender-perspectief;
  4. nauw samenwerken, met vermijden van overlappingen, met bevoegde organen, mandaten en mechanismen van de VN, en met regionale organisaties;
  5. rekening houden met de standpunten van niet-gouvernementele organisaties inzake aangelegenheden die zijn of haar mandaat betreffen.

De Onafhankelijk Deskundige wordt ook verzocht om de Raad jaarlijks verslag te doen van haar activiteiten, met inbegrip van aanbevelingen voor doeltreffende strategieën voor een betere verwezenlijking van de rechten van personen die behoren tot minderheden.

Onafhankelijk Deskundige inzake mensenrechten en internationale solidariteit:

Dhr. Rudi Muhammad RIZKI (Indonesië)

Mandaat:

  1. Het vraagstuk van het recht van volken op internationale solidariteit bestuderen en hierover een ontwerpverklaring opstellen;
  2. Rekening houden met de resultaten van alle belangrijke wereld-topconferenties (van de Verenigde Naties en andere) en ministervergaderingen op economisch en sociaal gebied, en standpunten en bijdragen te vragen van regeringen, van de VN-Gespecialiseerde Organisaties, van andere relevante internationale organisaties en van niet-gouvernementele organisaties bij de invulling van zijn/haar mandaat;
  3. Jaarlijks aan de Raad verslag uitbrengen over de voortgang bij de uitvoering van zijn/haar mandaat.

Onafhankelijk Deskundige inzake de effecten van een beleid van economische hervorming en buitenlandse schulden op het volle genot van de mensenrechten, in het bijzonder de economische, sociale en culturele rechten:

Dhr. Bernards Andrew NYAMWAYA MUDHO (Kenia)

Werkgroepen:

Werkgroep voor mensen van Afrikaanse afkomst:

  • Dhr. Peter Lesa KASANDA (Zambia)
  • Dhr. Joe FRANS (Zweden)
  • Dhr. George N. JABBOUR (Arabische Republiek Syrië)
  • Mw. Irina ZLATESCU (Roemenië)

Mandaat:

  1. Een studie maken van de problemen van rassendiscriminatie waarmee mensen van Afrikaanse afkomst in de diaspora kampen en daarvoor relevante informatie in te winnen bij regeringen, niet-gouvernementele organisaties en andere bronnen, onder meer door openbare hoorzittingen met hen te beleggen;
  2. Maatregelen voorstellen ter verzekering van een volledige en daadwerkelijke toegang tot het gerechtelijk systeem voor mensen van Afrikaanse afkomst;
  3. Aanbevelingen formuleren voor de vormgeving, tenuitvoerlegging en handhaving van doeltreffende maatregelen voor het opheffen van raciale stigmatisering van mensen van Afrikaanse afkomst;
  4. Voorstellen uitwerken voor de korte, middellange en langere termijn, om rassendiscriminatie van mensen van Afrikaanse afkomst uit te bannen, rekening houdend met het belang van nauwe samenwerking met internationale (ontwikkelings)instellingen en met de Gespecialiseerde Organisaties van het VN-systeem bij de bevordering van de mensenrechten van personen van Afrikaanse afkomst, onder meer door:
  1. (i) De mensenrechtensituatie van personen van Afrikaanse afkomst te verbeteren door bijzondere aandacht te schenken aan hun behoeften, o.a. door het voorbereiden van gerichte actieprogramma’s;
  2. (ii) Speciale projecten op te zetten, in samenwerking met mensen van Afrikaanse afkomst, ter ondersteuning van eigen initiatieven in hun directe leefomgeving, en de uitwisseling van informatie en technische knowhow tussen deze bevolkingen en deskundigen op dit gebied te verbeteren;
  3. (iii) programma’s voor mensen van Afrikaanse afkomst te ontwikkelen die zorgen voor bijkomende investeringen in gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, stroom- en drinkwatervoorziening, en milieu; ook programma’s die gelijke kansen op de arbeidsmarkt bevorderen, en andere initiatieven op het vlak van gelijkberechtiging in het kader van de mensenrechten;
  • Voorstellen doen inzake de uitbanning van rassendiscriminatie jegens Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst in alle delen van de wereld;
  • Zich buigen over alle kwesties in de Verklaring en het Actieprogramma van Durban die het welzijn van Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst aangaan.
  • Werkgroep inzake willekeurige detentie:

    • Mw. Leila ZERROUGUI (Algerije)
    • Dhr. Tamás BÁN (Hongarije)
    • Mw. Manuela Carmena CASTRILLO (Spanje)
    • Dhr. Seyyed Mohammad HASHEMI (Islamitische Republiek Iran)
    • Mw. Soledad VILLAGRA DE BIEDERMANN (Paraguay)

    Mandaat:

    1. Gevallen onderzoeken van willekeurige vrijheidsberoving, waar door de nationale rechtbanken geen definitief vonnis is geveld volgens nationale rechtsregels, internationale normen ter zake zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en andere internationale instrumenten die door de betrokken staten zijn aanvaard;
    2. Informatie opvragen bij en in ontvangst nemen van regeringen, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, en inlichtingen verzamelen van betrokken individuen, hun familie of hun vertegenwoordigers;
    3. Een allesomvattend rapport voorleggen aan de mensenrechtenraad.

    Werkgroep inzake gedwongen of onvrijwillige verdwijningen::

    • Dhr. Santiago CORCUERA CABEZUT (Mexico)
    • Dhr. Joel ADEBAYO ADEKANYE (Nigeria)
    • Dhr. Darko GÖTTLICHER (Kroatië)
    • Dhr. Saeed Rajaee KHORASANI (Islamitische Republiek Iran)
    • Dhr. Stephen J. TOOPE (Canada)

    Mandaat:

    Families bijstaan bij het achterhalen van het lot en de verblijfplaats van hun familieleden die, vanwege hun verdwijning, buiten de bescherming van de wet vallen. De Werkgroep spant zich in om een communicatiekanaal tot stand te brengen tussen deze families en de betrokken regeringen, en om zich er van te verzekeren dat individuele gevallen die families onder de aandacht van de Werkgroep hebben gebracht worden onderzocht, teneinde opheldering te krijgen over de verblijfplaats van verdwenen personen.

    Werkgroep inzake de inzet van huursoldaten als obstakel voor de uitoefening van het zelfbeschikkingsrecht van volken:

    • Dhr. José GÓMEZ DEL PRADO (Spanje)
    • Mw. Najat AL-HAJJAJI (Libisch-Arabische Jamahirija)
    • Mw. Amada BENAVIDES DE PÉREZ (Colombia)
    • Dhr. Alexander Ivanovich NIKITIN (Russische Federatie)
    • Mw. Shaista SHAMEEM (Fiji)

    Mandaat:

    1. Concrete voorstellen formuleren en voorleggen over mogelijke nieuwe normen, algemene richtlijnen of basisprincipes die strekken tot een krachtiger bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder van het zelfbeschikkingsrecht van volken, wanneer deze worden geconfronteerd met een bestaande of op handen zijnde dreiging van huursoldaten of activiteiten in verband met huursoldaten;
    2. Regeringen, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties vragen om opinies en bijdragen betreffende vraagstukken in verband met het mandaat;
    3. In verschillende delen van de wereld toezicht houden op de inzet van huursoldaten en op activiteiten inverband daarmee – in al hun verschijningsvormen;
    4. Opkomende kwesties, uitingen en tendensen met betrekking tot huursoldaten (en activiteiten in verband daarmee) onderkennen en bestuderen, alsmede hun impact op de mensenrechten, in het bijzonder op het zelfbeschikkingsrecht van volken;
    5. Toezicht houden op en studie maken van de effecten die activiteiten van particuliere ondernemingen die op de internationale markt militaire ondersteuning, militair advies en beveiligingsdiensten aanbieden hebben op de uitoefening van de mensenrechten, in het bijzonder van het zelfbeschikkingsrecht van volken, en een ontwerptekst opstellen met internationale fundamentele principes die zulke bedrijven ertoe aanzetten om in hun activiteiten de mensenrechten te eerbiedigen.